Stemmen uit het verleden

Stemmen uit het Verleden is de huidige naam voor een verzameling dialectbanden die in de loop van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw aan de Universiteit Gent tot stand is gekomen op initiatief van de professoren Willem Pée en Valère Vanacker.  Zij namen het initiatief om bandopnemingen te maken voor elke plaats in Vlaanderen. De collectie bevat 783 banden voor 550 plaatsen, vooral in Frans-, West- en Oost-Vlaanderen; de oudste spreker (uit Bossuit) is geboren in 1871. De banden bevatten de levensverhalen van honderden sprekers geboren omstreeks de eeuwwisseling van de 19de en de 20ste eeuw met unieke getuigenissen van Vlaamse IJslandvaarders, verhalen over de opkomst van fietsen, auto’s, elektriciteit enz. De verzameling werd bovendien samengevoegd met opnames van het Nederlandse Meertens Instituut (Nederlandse Dialectenbank). Beide collecties vormen samen dé referentie voor  een overzicht van de authentieke dialecten in het Nederlandse taalgebied.

De hele verzameling is nu gedigitaliseerd en verschillende opnames zijn voorzien van handige geschreven samenvattingen in het AN. Je kan op de kaart zoeken naar plaatsen en daarvan de opname laten afspelen. Zoek je fragmenten over een specifiek thema? Zoek dan beter in de samenvattingen op inhoud en trefwoorden en volg de opname mee met de uitgeschreven tekst. De zoekopdracht ‘legerdienst’ levert je bijvoorbeeld alle opnames op waarin dit thema aan bod komt.

Zoek op de kaart  Zoek op plaats/inhoud

Om de Stemmen uit het Verleden duurzaam te bewaren en te delen met het brede publiek, werd de collectie de voorbije jaren gedigitaliseerd. Daarbij ging bijzondere aandacht naar het ontsluiten van de opnames: een paar handige tools werden ontwikkeld om de verzameling op een gebruiksvriendelijke manier doorzoekbaar te maken.

 

1. De kaart

Via de functie zoeken op de kaart, worden alle opnames weergegeven op een digitale kaart. Door te scrollen, zoom je in en kan je een opname naar keuze aanklikken. Een kader met info geeft je een eerste indruk van de gespreksinhoud. Je kan de opname beluisteren, of een andere zoeken. De kaart geeft je meteen een beeld van welke opnames er bestaan in je eigen (of een bepaalde) buurt!

2. De zoekfunctie

Naast de kaart, kan je de collectie ook doorzoeken met de zoekfunctie. Die gebruik je om gericht opnames van een specifieke plaats te zoeken, of om inhoudelijk te zoeken naar onderwerpen en thema’s die in de opnames aan bod komen. Kies de optie ‘plaats’, ‘trefwoord’ of ‘thema’ en voer een zoekterm in. De zoekfunctie toont je in welke opnames jouw term voorkomt.

  • Met plaats zoek je naar opnames uit een bepaalde stad of dorp.
  • Met trefwoord zoek je naar opnames met een bepaald thema (de opnames zijn verrijkt met trefwoorden).
  • Met inhoud doorzoek je de hele inhoud van de opnames met jouw zoekterm.

3. Korte inhouden 

Om de inhoud van de opnames voor iedereen toegankelijk te maken, hebben een heleboel vrijwilligers zich ingezet om van zoveel mogelijk opnames een korte inhoud te maken in het AN. Die kan je openklikken en meevolgen als je een opname hebt opgezocht via de zoekfunctie.

Een leuk extraatje: Je kan er ook voor kiezen om de opname niet helemaal af te spelen, maar om direct door te spoelen naar het thema of de passage die jou interesseert. Dat doe je door op de luidsprekertjes te klikken in de korte inhoud.

De Nederlandse opnames van het Meertens Instituut beschikken niet over een korte inhoud.

4. Transcripties

Sommige opnames waren in de originele collectie voorzien van een handgeschreven of een getypte transcriptie. De transcripties waarvan de kwaliteit behoorlijk was, zijn gescand en aan de opnames toegevoegd. Hierin kan je het gesprek letterlijk meevolgen.

Als er een transcriptie beschikbaar is, dan zie je een aanklikbare knop ‘pdf’ bij de opname in kwestie, als je de zoekfunctie gebruikt.

Lees meer over

De verzameling dialectbanden van de Universiteit Gent


Prof. dr. Jacques Van Keymeulen (2014)

1. De verzameling dialectbanden [1]

De sectie Nederlands van de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent staat sinds jaar en dag bekend voor de dialectologie. Alle professoren Nederlandse taalkunde waren tot voor kort dialectologen; de verzamelingen dialectologische gegevens die in de loop van bijna 100 jaar aangelegd zijn, zijn dan ook zeer uitgebreid en worden gaandeweg gedigitaliseerd om ze voor vakgenoten en het publiek beter te kunnen ontsluiten.

Een belangrijke collectie is de verzameling dialectbanden die in de loop van de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw tot stand is gekomen op initiatief van de professoren Willem Pée en Valère Vanacker. Prof. Vanacker was een van de pioniers van de studie van de dialectsyntaxis, en voor die studie had hij het plan opgevat om van alle dialecten in Vlaanderen een goede bandopneming te (laten) maken van een zgn. ‘vrij gesprek’ met goede dialectinformanten. Die bandopnemingen zouden ook een belangrijke aanvulling kunnen betekenen bij het materiaal in de Reeks Nederlandse Dialektatlassen [2]. Het Dialectenbureau (nu ‘Meertensinstituut’) in Amsterdam was hem in de jaren 50 daarin voorgegaan voor de dialecten in Nederland, op initiatief van Jo Daan (zie Rensink 1962 en https://www.meertens.knaw.nl/soundbites/).

In dit interview uit de jaren 60 licht prof. Pée zijn plan toe: een duizendtal opnames maken van spontane dialectgesprekken. Het zijn er uiteindelijk iets minder geworden, maar de professor is toch in zijn opzet geslaagd. Luister vanaf 02:29.
prof. dr. W.Pée

 

In 1962 werd aan prof. Pée door het Fonds voor Fundamenteel en Kollektief Onderzoek [3] een krediet toegekend waardoor het mogelijk werd gemaakt met de verzameling te beginnen [4]. De dialectsprekers moesten aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat de onderzoeker er zeker van kon zijn met echt en onvervalst plaatselijk dialect te maken te hebben. De ideale zegsman of zegsvrouw was ter plaatse geboren en getogen, was honkvast en had een relatief hoge leeftijd en een lage opleidingsgraad. Ideaal was ook dat beide ouders en partner hetzelfde dialect spraken als de zegspersoon. In een dorp kwam men met zo’n profiel al snel bij de boerenbevolking terecht. Uiteraard moest de zegspersoon ook goed ter tale zijn en iets te vertellen hebben. Om ongewenste invloed van de standaardtaal te vermijden en de spontaneïteit van de gesprekssituatie te verhogen, werd het gesprek dikwijls gevoerd door een tussenpersoon die (ongeveer) hetzelfde dialect sprak als de informant. Alle opnames gebeurden bij de zegspersoon thuis, en duren gemiddeld zo’n half uur [5]. De meeste informanten zijn geboren rond 1900; de oudste zegsman is die voor het dorp Bossuit (geboren in 1871).

De informanten werden gezocht (en geïnterviewd) door het personeel van het Seminarie voor Vlaamse Dialectologie (voor een overzicht zie Vanacker en De Schutter 1967:39-40). Prof. Vanacker heeft ook geprobeerd zoveel mogelijk studenten te motiveren om in hun gemeente geschikte zegspersonen te vinden voor een opname. Aangezien de meeste Gentse studenten uit West- en Oost-Vlaanderen komen, zijn die twee provincies het beste bewerkt. Voor sommige gemeenten bestaat er meer dan één band; dat zijn dan meestal de plaatsen waarvoor een student als licentiaatsverhandeling een dialectsyntaxis heeft geschreven. Naarmate men naar het oosten gaat, worden de meetpunten helaas schaarser – vooral in Limburg (zie de kaart). Speciale aandacht is uitgegaan naar Frans-Vlaanderen, waar voor elk dorp een bandopneming is gemaakt. Voor sommige Frans-Vlaamse gemeenten zijn de Gentse bandopnemingen nu de enige getuigen van het Vlaams dat er eeuwenlang werd gesproken.

De biografische gegevens van de sprekers werden op technische fiches (A4-formaat) bijgehouden. Ze zijn nu alle ingescand en in de database verwerkt. Wel werden de familienamen van de informanten om redenen van privacy niet vrijgegeven. De belangrijkste gegevens i.v.m. de taal van de informanten zijn natuurlijk de data m.b.t. leeftijd, opleiding en honkvastheid. De inhoud van de gesprekken werd niet of erg onvolledig weergegeven – dialectologen zijn immers vooral in de vorm van de taal geïnteresseerd. De banden bevatten in elk geval zeer talrijke gegevens over het traditionele landbouwbedrijf.

De bandopnemingen zijn voor een deel toegankelijk gemaakt door transcripties. Die transcripties zijn niet fonetisch, maar ‘woordelijk’, d.w.z. dat de dialectische uitspraak in een vernederlandste vorm is weergegeven. De transcripties werden gemaakt door jobstudenten aan de hand van een aantal richtlijnen – die met wisselende ijver en kunde werden opgevolgd. De beste transcripties zijn die die voor een syntactische of fonologische licentiaatsverhandeling gediend hebben. Elke transcriptie kwam tot stand in drie stappen: eerst werd een geschreven tekst gemaakt, dan werd die gecorrigeerd en vervolgens uitgetikt.

2. Het digitaliseringsproject

In 2012 werd het project “Stemmen uit het verleden. Digitaliseren en ontsluiten van dialectopnames gemaakt in de jaren 60 en 70 door het Seminarie voor Nederlandse Taalkunde en Vlaamse Dialectologie’ door de UGent goedgekeurd. Het was een aanvulling op een grootschalig project dat in 2009 werd opgestart en dat een website over taalvariatie beoogde. We kregen ook aanvullende subsidies van de Vlaamse Gemeenschap en van de provincies Oost- en West-Vlaanderen en Limburg.

De digitalisering hield volgende zaken in. Allereerst werden de 783 geluidsbanden gedigitaliseerd. Een technisch medewerker van de toenmalige vakgroep Nederlandse Taalkunde, Rieke Willems, heeft ongeveer 500 banden op zeer professionele manier naar wav-bestanden omgezet. Toen mevr. Willems wegens een reorganisatie naar een andere sectie van de vakgroep werd gemuteerd, is de rest van de banden gedigitaliseerd door een gespecialiseerde firma. Er zijn voor 550 verschillende plaatsen opnames; voor sommige gemeenten is er meer dan één opname voorhanden. De verdeling per provincies / streek is als volgt: Frans-Vlaanderen: 113, West-Vlaanderen: 188, Oost-Vlaanderen: 285, Antwerpen: 85, Vlaams-Brabant: 47, Limburg: 29, Henegouwen: 5, Zeeland: 31.

Op de tweede plaats werden alle metadata, d.i. alle biografische gegevens in verband met de zegslieden en technische gegevens over de banden, in een database ondergebracht. Op de derde plaats werden van een aantal banden korte inhouden gemaakt, zodat de inhoud van de banden ontsloten is. Die korte inhouden worden voorafgegaan door trefwoorden, waarop gezocht kan worden. Momenteel (augustus 2016) zijn er 630 korte inhouden in de database ingebracht. Die korte inhouden zijn vooral voor de erfgoedsector en de mondelinge geschiedenis van belang. De bandenverzameling blijkt immers de grootste collectie levensverhalen te zijn van gewone volksmensen in de eerste helft van de vorige eeuw. Op de vierde plaats werden alle transcripties – voor zover aanwezig – ingescand en in de database ingevoerd; het zijn er 318 in totaal.

Verspreidingskaart van alle dialectopnames en originele transcripties

3. Wensen voor de toekomst

De bandenverzameling is indrukwekkend, maar helaas niet volledig. Ideaal zou zijn dat er voor elk plaatselijk dialect in Vlaanderen een goede bandopneming zou bestaan – met een goede samenvatting van de inhoud ervan. Er is nog heel wat te doen voor de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en vooral Limburg. De dialectsprekers die aan de criteria voor de verzameling voldoen, zijn stilaan aan het uitsterven. Om de traditionele dialecten vast te leggen heeft men immers zegspersonen nodig die vόόr de jaren 60 van de vorige eeuw gesocialiseerd zijn, d.i. met een traditioneel dialect als moedertaal volwassen zijn geworden. Enkel personen die vόόr 1940 zijn geboren, hebben hun taal nog geleerd vόόr de democratisering van het onderwijs en de introductie van de mass media, die de Nederlandse standaardtaal naar alle lagen van de bevolking hebben gebracht. Er rest dus nog maar weinig tijd om de verzameling te vervolledigen.

De verzameling is gedeeltelijk ontsloten met transcripties, die in handschrift of in typoscript beschikbaar zijn. Een belangrijke wens voor de toekomst is het ontsluiten van de hele verzameling door goede transcripties die op een eenvormige wijze zijn tot stand zijn gebracht. Idealiter zouden die transcripties een digitaal corpus moeten vormen, zodat ze doorzoekbaar zijn en voor wetenschappelijk onderzoek ter beschikking kunnen komen. Een dialectband transcriberen is een tijdrovend werk; een transcriptie wordt bovendien het beste gemaakt door iemand die het betrokken dialect zelf spreekt. Naarmate de tijd vordert, wordt het transcriberen moeilijker: niet alleen wordt het zeer ouderwetse dialect niet goed meer begrepen door jonge mensen, maar ook zijn vele gespreksonderwerpen (bijv. de manier waarop vlas gezwingeld werd) volkomen vreemd geworden voor de moderne mens. Een goede transcriptie zou de vorm moeten krijgen van een ‘tekstuitgave’, met historische en taalkundige annotaties.

4. Dankbetuigingen

We zijn allereerst de UGent dankbaar voor het verstekken van de financiële middelen waarmee de digitalisering van de bandenverzameling mogelijk werd gemaakt.  Daarnaast gaat onze dank ook uit naar de Vlaamse Gemeenschap en de provinciebesturen van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, die financiële steun hebben gegeven voor het aanvullen van de database (o.a. met korte inhouden). Liesbet Triest, Melissa Farasyn en Veronique De Tier hebben het project uitgevoerd.

Een en ander kon echter maar tot een goed einde gebracht worden door de hulp van vrijwilligers, die we zeer erkentelijk zijn: Anne-Marie Beirens, Hedwig Belien, Roelof Boddaert, Freddy Colson, Roos Coppens, Pieter De Dier, Leendert De Jonge, Paul De Man, Annemie Hillewaere, Myriam Lammertyn, Gudrun Van Landeghem, Luut Leroy, Dirk Raes, Jean-Marie Schepens, Jeannick Steleman, Lopke Van Acker , Ugo Verbeke, Silvia Weusten, Erfgoedcel TERF, Erfgoedbank Land van Rode.

Referenties

Rensink, W.G. (1962), Dialecten op de band. In: Taal en Tongval 14. pp. 184-196.

Vanacker, V. en G. De Schutter (1967), Zuidnederlandse dialekten op de band. In: Taal en Tongval 19. pp. 35-51.

[1] De tekst is voor een belangrijk deel gebaseerd op Vanacker en De Schutter 1967.

[2] In de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (RNDA) zijn dezelfde 141 zinnetjes in het dialect vertaald en fonetisch genoteerd voor 1.956 plaatsen in het Nederlandse en Friese taalgebied. Het is een project dat aan de UGent gestart is door de dialectoloog E. Blancquaert; de afronding ervan duurde een halve eeuw.

[3] Nu Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen.

[4] De allereerste opname had plaats in het dorp Dikkebus in 1961.

[5] Er werd met snelheid 19 opgenomen met een REVOX-toestel op BASF-banden, type LGS 35 op spoelen van 18 cm diameter (zie Vanacker en De Schutter 1967:38).

Dialectopnames van het Meertens Instituut

1. Nederlandse Dialectenbank

Sinds de jaren vijftig maakten onderzoekers van het Nederlandse Meertens Instituut in heel het land opnames waarbij de dialectsprekers min of meer vrijuit spraken over onderwerpen naar eigen keuze. Het streven was hierbij om een dekking te krijgen over het hele taalgebied, en zo een inzicht te geven in de gesproken dialecten van het Nederlands rond het midden van de vorige eeuw. De opnames zijn gedigitaliseerd en indien nodig ook gerestaureerd in de geluidsstudio van het Meertens Instituut. Sinds 1998 beschikt het Meertens Instituut over twee audiostudio’s. De studio’s staan onder leiding van Kees Grijpink. De collectie opnames van het Meertens Instituut bestaat uit meer dan duizend uur, ongeveer zes weken non-stop luisteren, aan geluidsopnames van gesprekken in dialect tussen twee of meer mensen, zonder inmenging van de onderzoeker.

Op 24 september 2009 lanceerde het Meertens Instituut het project ‘Soundbites uit vervlogen tijden’. De gehele collectie werd daarmee op een duurzame manier voor publiek en voor onderzoek toegankelijk via internet op de Nederlandse Dialectenbank. Alle opnames werden op een sprekende kaart gepresenteerd als hulpmiddel om de verschillende dialecten te beluisteren. De verzameling geeft behalve van de verschillende dialecten ook een uniek beeld van het vroegere Nederland. De gesprekken gaan over zware armoede, de werkverschaffing in de crisisjaren, over de oorlogstijd, sociale tegenstellingen, lokale gebruiken, het drogeren van wedstrijdduiven met hennep, het plukken van brandnetels voor de varkens, de slechte omstandigheden op vissersboten waar het drinkwater uit de ton nagenoeg zwart was.

In een samenwerking van het Meertens Instituut en de Universiteit Gent werd in 2016 beslist om de Nederlandse en Vlaamse opnames samen te ontsluiten op één Vlaams-Nederlandse kaart. Zowel het opzet als het uiteindelijke resultaat van de collectie van de UGent en die van het Meertens Instituut zijn immers erg gelijkend. Het resultaat van die samenwerking zijn de ‘Stemmen uit het verleden’ op Dialectloket. Toch vormen de 2710 Nederlandse opnames die beschikbaar zijn op Dialectloket maar een beperkt deel van de Meertens-collectie. Naast dialectopnames uit Nederland, beschikt het Meertens Instituut ook over opnames van buiten Europa, bijvoorbeeld van Nederlandse emigranten uit de Verenigde Staten van Amerika. De volledige collectie is nog steeds te beluisteren op de Nederlandse Dialectenbank. Daar is ook de originele documentatie behorende bij de geluidsopnames beschikbaar voor wie ingelogd is via de onderzoeksinfrastructuur CLARIN (Common Language and Resources Technology Infrastructure).

2. Onderzoek

De collectie wordt gebruikt voor onderzoek. Hieronder volgen enige publicaties:

3. Colofon

De projectleider van de Nederlandse Dialectenbank is Douwe Zeldenrust. De wetenschappelijke begeleiding wordt verzorgd door Marc van Oostendorp. Kees Grijpink is verantwoordelijk voor de audio digitalisering. De website is ontworpen en gemaakt door Jan Pieter Kunst. Verder hebben aan dit project meegewerkt: Boudewijn van den Berg, Martiniano Brito, Maarten Frinking, Kees Grijpink, Tina Pinna, Aldo van Regteren Altena, Dirk Roorda, Heiko Tjalsma en Paula Witkamp.

Het project is gefinancierd door het Meertens Instituut, DANS (in het kader van het DANS-programma Kleine Dataprojecten) en deKNAW (in het kader van de Stimulans Open Access Data subsidie).

Privacy

Universiteit Gent

De Universiteit Gent heeft getracht persoonsgegevens m.b.t. de collectie zoveel mogelijk af te schermen. Enkel de voornaam, geboortedatum en het beroep van de sprekers worden weergegeven. Meent u dat de digitale beschikbaarstelling van bepaald materiaal toch inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit aan de Universiteit Gent laten weten via onderstaand formulier.

Meertens Instituut

Het Meertens Instituut heeft zijn best gedaan om de rechthebbenden van het getoonde materiaal op te sporen en hun toestemming te vragen voor de openbaarmaking op internet. Dat is niet in alle gevallen gelukt. Meent u dat de digitale beschikbaarstelling van bepaald materiaal inbreuk maakt op enig recht dat u toekomt of uw (privacy)belangen schaadt, dan kunt u dit onderbouwd aan het Meertens Instituut laten weten. Bij een gegronde klacht zal het Meertens Instituut het materiaal ontoegankelijk maken en/of van de website verwijderen, dan wel samen met u bekijken hoe op een andere manier aan uw klacht tegemoet kan worden gekomen. Vult u hiervoor onderstaand formulier in. Er zal dan op korte termijn contact met u worden opgenomen.

Gebruik onderstaand formulier wanneer u rechthebbende bent op een werk dat op de website van het Meertens Instituut wordt getoond, of als u om andere redenen een bezwaar wilt kenbaar maken tegen bepaald materiaal op de website (bijvoorbeeld in verband met uw privacy).

Gebruik en rechten

Universiteit Gent

De auteursrechten op de verzameling dialectbanden van de Universiteit Gent vallen onder de algemene regels in de disclaimer van deze website. De collectie kan in overleg met de UGent gebruikt worden door andere organisaties zoals erfgoedcellen en heemkringen, voor wetenschappelijk onderzoek, voor journalistieke doeleinden enz. In dat geval kan u contact opnemen met de vakgroep Taalkunde – Nederlands van de Universiteit Gent. Gebruik daarvoor ook onderstaand formulier.

Meertens Instituut

De auteursrechten van de dialectopnames van het Meertens Instituut zijn in handen van het Meertens Instituut. Al het op deze website geplaatste materiaal is vrij te gebruiken voor dialectologisch, fonetisch, historisch of ander onderzoek. Onderzoekers wordt gevraagd bij publicatie de volgende bronverwijzing te gebruiken:

Oostendorp, M. van (2014). “Phonological and phonetic databases at the Meertens Institute.” The Oxford Handbook of Corpus Phonology. Eds. J. Durand & G. Kristoffersen. Oxford: OUP. 546-551.

Neem voor andersoortig (bijvoorbeeld commercieel) gebruik contact op met Douwe Zeldenrust, coördinator Onderzoekscollecties (douwe.zeldenrust@meertens.knaw.nl).

Uw naam (verplicht)

Uw e-mail (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht