Overgangszone tussen Brabants en Limburgs

Ligging van de overgangszone

kaart_dialectgebieden_aangepast

Het overgangsgebied tussen het Brabants en het Limburgs wordt gevormd door de zgn. Getelijn, een isoglossenbundel van 26 klankgrenzen, die in de buurt van de Gete ongeveer de provinciegrens volgt, maar zich in het noorden op Limburgs grondgebied bevindt, en in het zuiden grotendeels op Brabants grondgebied. De dialecten van de Limburgse gemeenten Lommel en Tessenderlo zijn vooral als Brabants te beoordelen; die in het zuidoosten van Vlaams-Brabant hebben al heel wat Limburgse kenmerken.

getelijn

De Getelijn (Uit Pauwels en Morren 1960:96)

Kenmerken van de overgangszone

De belangrijkste isoglosse die het Limburgs van het Brabants scheidt is de zgn. Ürdingerlijn, de scheiding tussen dialecten met ik en dialecten met ich. Die lijn vormt in België en Nederland een boog, voordat ze in Duitsland bij de plaats Ürdingen de Rijn oversteekt. De Benratherlijn (tussen maken en machen), die nog net door Nederlands Limburg komt, vormt dan de grens met de Rijnlandse dialecten. Andere isoglossen die tot de overgangszone aan de Gete behoren, zijn die van meervoudsvorming met umlaut (voetvuuj) en de zgn. betoningslijn, die dialecten met sleeptoon-stoottoonoppositie (nl. de Limburgse) en die zonder dergelijke tonaliteitverschijnselen van elkaar afscheiden.

Verklaring voor de ligging van de overgangszone

De overgangszone tussen het Brabants en het Limburg vormt het oostelijk grensgebied van verschijnselen die door de zgn. Keulse expansie te verklaren zijn (zoals de verspreiding van de Hoogduitse klankverschuivingen als k>ch in ik>ich). Die Hoogduitse kenmerken kwamen in de middeleeuwen wellicht ook verder naar het westen voor, naar werden naderhand door de expansie van Brabantse taalkenmerken teruggedrongen.

Lees meer

Pauwels J.L. en Morren L. (1960). De grens tussen Brabants en Limburgs in België. In: Zeitschrift für Mundartforschung 27.2, 88-96

 

meer weten?
  • Belemans, R. en R. Keulen (2004), Belgisch-Limburgs. (Taal in stad en land). Tielt: Lannoo.
  • Devos, M. (2006). Genese en structuur van het Vlaamse dialectlandschap. In: De Caluwe J. en M. Devos, Structuren in talige variatie in Vlaanderen. Gent: Academia Press, 35-61.
  • Ooms, M. & J. Van Keymeulen (2005). Vlaams-Brabants en Antwerps. (Taal in stad en land). Tielt: Lannoo. 
  • Taeldeman, J. (2001). De regenboog van de Vlaamse dialecten. In: M. Devos et al. Het taallandschap in Vlaanderen. Wetenschappelijke nascholing RUG 2000-2001, 1-15. (bron overzichtskaart)
  • Taeldeman J. en F. Hinskens (2013). The classification of the dialects of Dutch. In: F. Hinskens en J. Taeldeman (red.), Language and Space: Dutch. Berlijn: De Gruyter / Mouton, 100-129.
  • Tijdschrift Veldeke, Limburgse dialect- en Naamkunde

West-Vlaams  Zeeuws-Vlaams  Frans-Vlaams  Oost-Vlaams  Brabants  Limburgs  Overgangszone tussen West-Vlaams en Oost-Vlaams  Overgangszone tussen Oost-Vlaams en Brabants