Overgangszone West- en Oost-Vlaanderen

Ligging van de overgangszone

De overgangszone tussen het West- en het Oost-Vlaams ligt ongeveer op de provinciegrens. In het noorden is Maldegem een typisch overgangsdialect, met naast eigen kenmerken ook kenmerken die Oost- en West-Vlaamse karakteristieken combineren. De overgangszone wordt smaller naar het zuiden toe: tussen Aalter en St.-Joris-ten-Distel is ze vrij smal; een groot heideveld heeft er in het verleden voor gezorgd dat de bevolkingen aan beide zijden ervan relatief weinig contact hadden met elkaar, waardoor de dialectovergang van Oost- naar West-Vlaams er vrij bruusk is. Nog verder naar het zuiden wordt de overgangszone breder, en ligt ze grotendeels in West-Vlaanderen, zodat een aantal dialecten er typologisch veeleer bij het Oost-Vlaams dan bij het West-Vlaams aansluiten.

kaart_dialectgebieden_aangepast

Kaart van de zuidelijk-Nederlandse dialectgebieden, naar Taeldeman (2001).

Kenmerken van de overgangszone

Het Nederlandstalige deel van het oude graafschap Vlaanderen moet in de middeleeuwen een veel grotere talige eenheid gekend hebben dan vandaag. De dialecten in West- en Oost-Vlaanderen zijn in de loop der tijden echter steeds meer van elkaar gaan verschillen wegens het ontstaan van taalvernieuwingen in Brabant en Oost-Vlaanderen, waarvan de westelijke grenslijnen tot de isoglossenbundel tussen West- en Oost-Vlaams zijn gaan behoren.

Oude westelijke ontwikkelingen

In West-Vlaanderen ontstonden in de middeleeuwen een aantal taalvernieuwingen, waarvan de vroegere oostgrenzen niet zo goed bekend zijn, aangezien ze achteraf werden teruggedreven door taalexpansies vanuit Brabant. De twee markantste ervan zijn de overgang van wgm. -al/-ol + d/t naar een oe-klank als in koed ‘koud’ en smoet ‘smout, reuzel’ (vgl. eng. cold en du. kalt), en de uitspraak eu i.p.v. uu als in zeur ‘zuur’ en scheure ‘schuur’. Beide taalveranderingen worden soms als invloed van het Picardische Frans beschouwd, waar zich gelijkaardige ontwikkelingen hebben voorgedaan.

Brabantse expansie

Vanaf de late middeleeuwen wordt het Brabantse dialectgebied dominant en begint het de Vlaamse dialecten te beïnvloeden. De ie en uu in woorden als tied ‘tijd’ en uus ‘huis’ en de eeë en ooë in breeëd ‘breed’ en brooëd ‘brood’ worden in de meeste Oost-Vlaamse dialecten opgegeven ten voordele van klanken als èè en ui (maar dan wel als éénklank) in tèèd en uis en ieë en uuë in brieëd en bruuëd. Die van oorsprong Brabantse verschijnselen reiken ongeveer tot de huidige provincie West-Vlaanderen.

isoglossen tussen west vlaams en oost vlaams _Devos2006

Isoglossen in de het overgangsgebied tussen West- en Oost-Vlaams (uit Devos 2006:47)

Oost-Vlaamse kenmerken

Waarschijnlijk in de 18de eeuw heeft zich in de westelijke 2/3 van Oost-Vlaanderen een aantal verschijnselen voorgedaan, die niet of toch niet ver over de grens met West-Vlaanderen zijn geraakt. Ook de westgrenzen van die vernieuwingen markeren het overgangsgebied: we noemen hier enkel het wegvallen (syncope) van -g- en -ng- tussen klinker en doffe e als in liggen en zingen (waardoor die woorden in het Oost-Vlaams als lèèën en zèèën klinken), en de overgang van p, t en k naar b, d en (Franse) G in dezelfde fonetische omgeving, als in abbele ‘appel’, zedele ‘zetel’ en baGGere ‘bakker’.

Verklaring voor de ligging van de overgangszone

De ligging van de overgangszone tussen de West- en Oost-Vlaamse dialecten kan waarschijnlijk verklaard worden door de contacten van de onderscheiden dialectsprekende plattelandsbevolkingen met de marktsteden. De gemiddelde afstand die men vroeger op één dag te voet kon overbruggen was 20 à 30 kilometer (10 à 15 kilometer heen en terug). Het valt op dat de dialectische overgangszone ongeveer ligt op de intersectie van de marktgebieden van een aantal West- en Oost-Vlaamse steden.

Dialectgrenzen en stedelijke invloedsferen in Vlaanderen

Oost-Vlaamse dialectgebieden en marktgebieden (Taeldeman 2005:41)

Lees meer

Devos, M. (2006). Genese en structuur van het Vlaamse dialectlandschap. In: De Caluwe J. en M. Devos, Structuren in talige variatie in Vlaanderen. Gent: Academia Press, 35-61.

 

Meer weten?
  • Devos M., H. Ryckeboer et al. (1979). Woordenboek van de Vlaamse Dialecten. Inleiding. Tongeren: Drukkerij G. Michiels.
  • Devos, M. & R. Vandekerckhove (2005). West-Vlaams. (Taal in stad en land). Tielt: Lannoo.
  • Taeldeman, J. (2001). De regenboog van de Vlaamse dialecten. In: M. Devos et al. Het taallandschap in Vlaanderen. Wetenschappelijke nascholing RUG 2000-2001, 1-15. (bron overzichtskaart)
  • Taeldeman, J. (2005). Oost-Vlaams. (Taal in stad en land). Tielt: Lannoo.
  • Taeldeman J. en F. Hinskens (2013). The classification of the dialects of Dutch. In: F. Hinskens en J. Taeldeman (red.), Language and Space: Dutch. Berlijn: De Gruyter / Mouton, 100-129.

West-Vlaams  Zeeuws-Vlaams  Frans-Vlaams  Oost-Vlaams  Brabants  Limburgs  Overgangszone tussen Oost-Vlaams en Brabants  Overgangszone tussen Brabants en Limburgs