Wat zijn etnolecten?

Definitie

Een etnolect is een variëteit van een taal die ontwikkeld wordt door een groep met een bepaalde etnische achtergrond. Dat wil zeggen, mensen met een andere moedertaal dan het Nederlands of hun nakomelingen (die vaak wel Nederlandstalig zijn).  Bekende voorbeelden van etnolecten van het Nederlands zijn Indonesisch Nederlands en Marokkaans Nederlands.

Taalvariëteiten zijn etnolecten omdat ze in oorsprong gesproken of gevormd worden door sprekers met een andere etnische achtergrond. Het is niet ongewoon dat die etnolecten of enkele kenmerken daarvan later worden overgenomen door andere groepen in de taalgemeenschap.In grote steden zoals Antwerpen en Brussel bijvoorbeeld, gebeurt het vaak dat ook autochtone jongeren hun taalgebruik doorspekken met etnische taalkenmerken.

Wat is etnolinguïstiek?

Etnolinguïstiek bestudeert heel algemeen gesteld de relatie tussen taal en cultuur en is een onderdeel van de antropologische linguïstiek. Tegenwoordig wordt er ook de studie van de etnisch bepaalde taalvariatie mee bedoeld. Door de immigratie in Vlaanderen van allerlei anderstaligen is er in praktijk een multiculturele en multilinguale samenleving ontstaan, waarin tientallen verschillende talen worden gesproken, meer bepaald in de grotere steden (zie bijv. de taalbarometer 3 van Brussel). Etnolinguïstiek bestudeert dan de interactie tussen het Nederlands en de talen die recent zijn ingevoerd en de sociale betekenis van de etnisch gekleurde taalvariatie.

Soorten etnolecten

Etnolecten kunnen koloniaal van aard zijn of ontstaan door immigratie. In het eerste geval is de variëteit gegroeid buiten het Nederlandse taalgebied. Bijvoorbeeld: de Nederlandse kolonisten die naar Suriname trokken, voerden hun taal daar in. Sprekers van het Surinaams Nederlands dat zo ontstond kwamen later ook naar Nederland, waardoor de variëteit nu op beide continenten bestaat. In het tweede geval is het etnolect ontstaan binnen het Nederlandse taalgebied. Bijvoorbeeld: Marokkaanse immigranten komen naar Vlaanderen en Nederland, leren daar (meestal de plaatselijke of regionale variëteit van) het Nederlands en geven ‘hun Nederlands’ door aan hun kinderen. Het etnolect wordt zo als moedertaal doorgegeven aan de volgende generaties.

Etnolecten bevatten meestal elementen uit de eigen moedertaal (bijv. de lange uitspraak van de z, die zijn wortels heeft in het Arabisch), elementen eigen aan tweedetaalverwerving (afwijkende lidwoorden: de meisje en, in het verlengde daarvan, de mooie meisje die daar loopt), maar ook elementen uit de omliggende inheemse dialecten of regiolecten (bijvoorbeeld wa en da zoals in de tussentaal in Vlaanderen).

Voorbeelden

Nederland was ooit een grote koloniale macht en trok naar verschillende continenten overzee, waardoor etnolecten ontstonden zoals Antilliaans Nederlands (in de voormalige Antillen) en Indisch Nederlands (in Indonesië). Maar ook de omgekeerde beweging vond plaats in ons taalgebied: in de loop van de jaren 50 en 60 kwamen grote groepen immigranten naar Nederland en Vlaanderen, om er te werken en een leven op te bouwen. Van dat laatste proces zijn onder andere het Marokkaans Nederlands en de Genkse Citétaal uitlopers. Sommigen noemen de variëteiten liever geen ‘etnolecten’ omdat ze tegenwoordig ook gesproken worden door mensen met een volledig autochtone achtergrond, maar in oorsprong hebben het Marokkaans Nederlands en de Citétaal zich ontwikkeld uit het taalgebruik van groepen sprekers met een andere moedertaal en een andere etnische achtergrond.

Marokkaans Nederlands Citétaal

 

Meer weten?
  • Hinskens, F. L. M. P. (2015). Wijdvertakte wortels: Over etnolectisch Nederlands . (Nieuwjaarsboekje Meertens Instituut). Amsterdam University Press.
  • Hinskens, F. L. M. P.(2004). Nieuwe regenboogkleuren. Jonge typen niet-standaardtaal en hun taalkundig belang. Rede bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Taalvariatie en -verandering, Amsterdam
  • Hinskens, F. L. M. P. en P. Muysken (2007b). De Nieuwe Rijken van het Nederlands. Taalschrift. Tijdschrift over taal en taalbeleid. Gepubliceerd op 1 december 2007 op <http://taalschrift.org/discussie/007582.html>
  • Hinskens, F. L. M. P. (2011). Emerging Moroccan and Turkish varieties of Dutch: ethnolects or ethnic styles? In F. Kern, & M. Selting (eds.), Ethnic Styles of Speaking in European Metropolitan Areas. Amsterdam/Philadelphia: Benjamins, 103-131
  • Hinskens, F. L. M. P.(2016). Wijdvertakte wortels. Over etnolectisch Nederlands. Meertens Instituut / Amsterdam University Press.
  • Muysken, P. (2010.) Ethnolects as a multidimensional phenomenon, In: Norde, M. , de Jonge B en C. Hasselblatt (eds.), Language Contact: New perspectives, Amsterdam: Benjamins, 7–26
  • Muysken, P. (2013). Ethnolects of Dutch, In: Hinskens F. en J. Taeldeman (red.) Language and Space: Dutch. Berlijn: De Gruyter/Mouton, 739-761
  • Van der Sijs, N. (2005). Wereldnederlands. Oude en jonge variëteiten van het Nederlands. Den Haag: SDU
  • Van Meel, L. (2016). The roots of ethnolects. A sociophonological study in Amsterdam and Nijmegen. Utrecht: LOT Publications.