Nederlands in België

De taalsituatie in België

België is een land met 3 officiële talenhet Nederlandshet Frans en het Duits. Die zijn de voertaal in verschillende delen van het land: in Vlaanderen, de noordelijke helft van het land, spreekt men Nederlands; in Wallonië, de zuidelijke helft van het land, spreekt men Frans en 9 gemeenten in het oosten van van Wallonië  vormen de Duitstalige gemeenschap.In het centrum van België ligt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussel-Stad en 18 omliggende gemeenten) dat officieel tweetalig Nederlands-Frans is. In tegenstelling tot wat buitenlanders soms denken, is het dus niet zo dat het hele Belgische grondgebied tweetalig Nederlands-Frans is. België is opgedeeld in 4 taalgebieden, met elk hun eigen taal/talen. Daarnaast zijn er nog een aantal gemeenten langs de taalgrens, die een specifiek tweetalig statuut hebben.

In België geldt het territorialiteitsprincipe: de wet heeft taalgebieden vastgelegd, waarin een bepaald taalregime verplicht is: Nederlands, Frans, Duits of tweetalig. Van elke stad of gemeente is zo bepaald tot welk taalgebied die behoort. Dat betekent niet alleen dat die taal daar de gangbare voertaal is, maar ook dat die moet worden gebruikt voor een aantal domeinen die de wet uitdrukkelijk opsomt zoals bestuur, onderwijs en justitie. Dat doet natuurlijk niets af aan de grondwettelijke taalvrijheid. Wie in België woont, mag in de privé-sfeer de talen gebruiken die hij wil.

De taalgrens

taalgrens3

De taalgrens vandaag. Lamarcq D. en M. Rogge (red.) (1996), De taalgrens. Van de oude tot de nieuwe Belgen. Klik om te vergroten

In het noorden van België wordt als moedertaal Nederlands gesproken, en in het zuiden Frans; dat is al heel lang zo. De taalgrens in België loopt van west naar oost en snijdt het land zowat middendoor, net onder de hoofdstad, die daardoor een officieel tweetalige enclave vormt in Nederlandstalig gebied. In de taalwetten van 1962-1963 werd die officieel vastgelegd, maar eigenlijk maakt de taalgrens in België deel uit van een veel langere grens tussen de Germaanse en Romaanse talen in Europa die waarschijnlijk 2000 jaar geleden ontstaan is.

Julius Caesar is de eerste auteur die iets meldt over de vroegere taaltoestand bij ons. In de beginregels van zijn Commentarii de Bello Gallico (52 v. C.) zegt Caesar uitdrukkelijk dat bij ons Belgen woonden, die in taal, wetten en instellingen verschilden van de Kelten, die ten zuiden van Seine en Marne verbleven. Hij zegt ook dat vele Belgische stammen gegermaniseerd waren. Daaruit kunnen we besluiten dat er in onze streken reeds vóór de Romeinse periode een Belgisch-Germaans gemengde bevolking bestond; hoe het ‘Belgisch’ eruit heeft gezien, weten we niet – mischien was het een taal die met het Germaans verwant was. Het zou ook kunnen dat de Frans-Nederlandse taalgrens in België een voorloper heeft gehad in een zeer oud Keltisch-Germaans taalgrensgebied. Die eerste germanisering werd al snel teruggedrongen door de invloed van het Latijn dat door de Romeinse troepen werd meegebracht. Vier eeuwen Romeinse overheersing zorgden ervoor dat ook Vlaams-België (met uitzondering van de Kempen) Romaans werd: het Volkslatijn werd er de voertaal.

De Germaanse aanwezigheid in onze streken is dus zeer oud en de Romeinen zelf hebben altijd met toenemende Germaanse infiltratie (al dan niet vreedzaam) af te rekenen gehad. In het laatste kwart van de 3de eeuw zijn er Germaanse invallen geweest vanuit de zee door Saksen, die de usurpator Marcus Postumus, die toen bij ons aan de macht was, ertoe gebracht zou hebben een deel van zijn gebied gewoonweg op te geven, dat door de invallers vervolgens werd gekoloniseerd. Salische Franken trokken vanuit hun kerngebied in Salland (Nederland) naar het zuiden en werden al in 358 door de Romeinen in het Imperium als foederati (‘gefedereerden) toegelaten; ze mochten zich vestigen in de Betuwe en Taxandrië. Het spreekt vanzelf dat ze hun macht sterk hebben kunnen uitbreiden naar het zuiden zodra de Romeinen in 406 hun troepen moesten terugtrekken om Italië zelf tegen de Goten te kunnen verdedigen. De Franken slaagden erin na de definitieve val van het West-Romeinse Imperium (in 476) een nieuw groot rijk uit te bouwen met de Merovingische en later Karolingische dynastie.

Het noordelijke deel van Gallië (het gebied boven de Romeinse verdedigingslinie Kortrijk-Tongeren) werd dicht gekoloniseerd door de Franken, die zich vermengden met de lokale bevolking, die van oorsprong meestal al Germaans was. In de zuidelijke gebieden daarentegen bleven de Romeinse maatschappelijke structuren intact en vormden de Frankisch-sprekenden een machtige maar kleine bovenlaag. Die Frankische bovenklasse bleef lange tijd tweetalig (Frankisch en Volksatijn), maar raakte uiteindelijk ook geromaniseerd.

In de vroege middeleeuwen lag dus in het huidige België een overgangsgebied tussen een Romaans taalgebied in het zuiden en een Germaans taalgebied in het noorden. De taalgrens die België vandaag doormidden snijdt is daar, weliswaar met enkele latere verschuivingen, nog steeds de erfgenaam van.

Een lange strijd voor het Nederlands

Strijd om de vernederlandsing van de Universiteit Gent. Van der Sijs N. en R. Willemyns (2009). Het verhaal van het Nederlands

Strijd om de vernederlandsing van de Universiteit Gent. Van der Sijs N. en R. Willemyns (2009). Het verhaal van het Nederlands

Vandaag is het Nederlands de officiële taal in Vlaanderen en het Frans de officiële taal in Wallonië, maar dat is niet altijd zo geweest. Aan de erkenning van het Nederlands als bestuurstaal in Vlaanderen is een lange strijd vooraf gegaan.

Na de onafhankelijkheid van België in 1830, verloor het Nederlands het prestige dat het had gehad tijdens de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) onder koning Willem I. De Belgische grondwet voorzag wel in de taalvrijheid, maar in de praktijk werd het Frans de enige officiële taal. Daarmee werd niet alleen tegemoet gekomen aan de Franstalige bevolking, maar ook aan de Vlaamse burgerij die vanaf de Oostenrijkse periode (1713-1795) steeds meer het Frans als hun cultuurtaal was gaan beschouwen, een houding die tijdens de Franse periode (1795-1815), toen het Frans in het hele openbare leven bij wet werd opgelegd, alleen maar versterkt was. Het regime van Willem I, die het Nederlands in Vlaanderen weer in eer herstelde, was te kort om het tij weer helemaal te doen keren – al heeft het feit dat de Vlamingen opnieuw met het Nederlands als cultuurtaal in contact werden gebracht, er waarschijnlijk wel voor gezorgd dat de Vlaamse Beweging achteraf succesvol is geweest.

De dominantie van het Frans in het openbare leven en de hogere sferen van de maatschappij (hoger onderwijs, gerecht …) bracht een tegenreactie op gang, waarbij diegenen die tijdens de ‘Hollandse periode’ hun opleiding hadden genoten, het voortouw namen. De eerste protesten kwamen van de  hoek van enkele literatoren (de zgn. ‘taelminnaren’), maar de taalstrijd kreeg al snel ook een sociaal en politiek karakter. De strijd voor een gelijkwaardige Nederlandse cultuurtaal, de zgn. Vlaamse Beweging,werd vooral gedragen door de middenklasse, die geen Frans kon en geen dialect wou spreken, en dus uitkwam bij de noordelijke taalnorm die ze tijdens het bewind van Willem I als cultuurtaal hadden leren kennen. Die volwaardige cultuurtaal kon tegen het Frans ingezet worden.

In de loop van de negentiende eeuw boekte de Vlaamse Beweging enkele successen met taalwetten die de positie van het Nederlands verbeterden. De Gelijkheidswet, die in 1898 werd goedgekeurd in het parlement, maakte een einde aan de eentaligheid van de Belgische staat; voortaan zouden alle wetten in het Frans én in het Nederlands worden afgekondigd met dezelfde rechtskracht. Alle taalwetten die volgden, hebben zich op dat gelijkheidsbeginsel beroepen. De taalstrijd van de Vlamingen van de 19de eeuw moet vooral als een sociale strijd tegen de eigen burgerij beoordeeld worden, veeleer dan als een etnische strijd tegen de Walen.

Het idee om heel België tweetalig te maken werd door de Franstaligen van de hand gewezen in het begin van de 20ste eeuw, waardoor men in de taalwetten het territorialiteisprincipe ging gebruiken: het grondgebied waar men woonde, moest bepalen welke taal de voertaal was: Frans in Wallonië en Nederlands in Vlaanderen. Dat principe werd ook toegepast in de taalwetten van 1962-1963, toen de taalgrens officieel werd vastgelegd, waardoor het  land definitief werd opgedeeld in vier taalgebieden. Sindsdien is het Nederlands de enige toegelaten taal voor de overheid in Vlaanderen. Vandaag de dag is België een federale staat, waarin de Nederlandse, Franse en Duitse taalgemeenschap hun eigen beleid vorm kunnen geven op alle gebieden die met taal te maken hebben (o.a. onderwijs en cultuur).

Belgisch Nederlands

In Vlaanderen wordt Nederlands gesproken, net zoals in Nederland en in Suriname. Toch klinkt het Nederlands van de Vlamingen anders dan dat van hun noorderburen. Ze hebben een ander accent, gebruiken soms andere woorden om dezelfde zaken te benoemen of kiezen voor een andere zinsconstructie. Vroeger werden veel van die woorden en constructies die in Nederland onbekend waren in België afgekeurd: luidop was ‘fout’, want enkel hardop was bekend over het hele taalgebied.

In die houding komt nu verandering. Het Nederlands wordt tegenwoordig beschouwd als een pluricentrische taal. Dat wil zeggen dat er verschillende gebieden/landen zijn waarin de taal gesproken wordt, met elk een eigen norm. Er bestaan dus drie nationale variëteiten van het Nederlands: het Nederlands Nederlands (NN), het Belgisch Nederlands (BN) en het Surinaams Nederlands (SN). Een heleboel woorden zoals nieuwkuis en rondpunt die vroeger als fout werden bestempeld omdat ze niet gangbaar waren in Nederland, worden nu beschouwd als  ‘Belgisch Nederlandse Standaardtaal’. Lees hier meer over deze nationale variëteit!

 

Meer weten?
  • De Vries J.W. e.a. (1994). Het verhaal van een taal. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam: Prometheus.
  • Janssens G. en A. Marynissen (2008). Het Nederlands vroeger en nu. Leuven/Voorburg: Acco.
  • Lamarcq D. en M. Rogge (1996). De taalgrens. Van de oude tot de nieuwe Belgen. Leuven: Davidsfonds
  • Van der Sijs N. en R. Willmeyns (2009). Het verhaal van het Nederlands. Een geschiedenis van twaalf eeuwen. Amsterdam: Bert Bakker.
  • Willemeyns, R. (2013). Dutch: Biography of a language. New York: Oxford university press.
  • Willemeyns, R. en W. Daniëls (2003). Het verhaal van het Vlaams:de geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.